Marle ziet het helemáál niet zitten om een weekend lang omringd te worden door otaku – fans van Japan. Ze is door haar vriendinnen meegesleurd naar een animeconventie en stiekem op zoek naar een schokkend schrijfonderwerp. Dan ontmoet ze een mysterieuze ridder die haar de wonderen van het festival toont – maar ze raakt hem op slag weer kwijt!

Marle duikt dieper en dieper in de zee van geeks en cosplayers. Zal ze de ridder terugvinden voordat het weekend om is? Een lang geleden weggestopte kant van haar komt naar boven…

pindakaasensushi_pictogramPindakaas en Sushi, hét boek voor de Japanse fanPindakaas en Sushi is het eerste boek in zijn soort: een roman voor young adults die zich afspeelt op een Nederlandse animeconventie. Door de ogen van een nieuwkomer, maar tot de tanden bewapend met waarheidsgetrouwe details. Een heerlijke lofzang op de rasechte otaku – oké, en soms ook met een ironische knipoog.

Leef mee met Marles worsteling om niet alleen de ridder, maar ook haar ‘inner geek’ te vinden. Samen met haar vrienden Joyce, Esther en SaBBaT betreedt ze een stormachtig zomerweekend vol anime, cosplay, hotelontbijt en dealerrooms, waar geen van hen onveranderd uitkomt.

internet_berichtVoor het publiceren van Pindakaas en Sushi werkte uitgeverij Leeuwenhart samen met AniWay, het grootste tijdschrift over Japanse popcultuur in Nederland. Logisch, want Roderick Leeuwenhart schrijft al bijna sinds de oprichting voor het blad!

Het boek is inmiddels in zijn derde druk, en er zijn al meer dan 1000 exemplaren verkocht. Een echte geek bestseller dus! Een greep uit de reacties van enthousiaste lezers en bloggers:

 

‘Een echte pageturner.’ – Kees van Hollestein, Mangakissa

‘Een feest van herkenning!’ – Tichon van den Elzen

‘Iets wat je écht zelf moet ervaren.’ – The Book Girl

‘Een van de leukste Nederlandstalige boeken die ik heb gelezen.’ – Roderick Rutgers

Bezoek de webshop om Pindakaas en Sushi te bestellen

Fragment

Hongerig weet ik eindelijk de eethal te vinden, die een ‘foodcourt’ wordt genoemd. Ik heb voer nodig en snel. Het vinden van deze plek kostte me veel omzwervingen nadat ik mijn koffers op de kamer had gedumpt, want het congresgebouw blijkt een labyrint. Zelfs met de kaart die in het programmaboekje zit is het lastig te decoderen wat waar is. Driemaal loop ik stomweg de gang van de dealerroom terug in. Bordjes helpen matig, maar uiteindelijk arriveer ik. Tegen die tijd voelt het zelfs aan als een verrassing, een cadeautje waar ik niet meer op rekende. Niet veel later zeilt ook Joyce samen met Esther naar binnen, verhit en uitgeput van het uitpakken.

“Avondeten!” roept ze met haar laatste restje energie, welbesteed.

“Ik was even bang dat ik het nooit meer zou vinden,” verklaar ik, “maar nu ben ik alsnog eerder dan jullie.”

Met Joyce naast me en Esther achter ons lopen we door een uitgebreide buffetzone. Enigszins minzaam bestudeer ik de opties. Wat Japans en Chinees voer, broodjes, soep of pizza. Ik neem een vegetarische punt, dat ken ik tenminste. Joyce gaat voor Thaise specialiteiten uit de wok, Esther neemt een frietje. We betalen te veel voor dit eten (“conventieprijzen,” noemt Joyce het) en keren terug naar ons plekje.

“Ik heb maar heel kort hier,” legt Joyce uit als we aan tafel zitten, wellicht als een verklaring voor haar gulzige geschrok, “de dealerroom gaat om zeven open en dan moet ik per se terug zijn. Anders vilt SaBBaT me.”

“Nog vierentwintig minuten voordat alles de mist in gaat,” gooit Esther olie op het vuur.

Ze lijkt het niet te horen. “Als ik eerlijk ben vertrouw ik er gewoon niet op dat hij het alleen af kan. Praatjes maken kan hij als de beste, maar administratie bijvinken, ho maar. Elke keer weer een ramp met het natellen.”

Ik knabbel zwijgend aan de pizzadriehoek en voel dankbaar mijn honger afnemen.

“Dan zeg ik: ‘Dude, waar komt die tweehonderd euro vandaan?’ ” Joyce gaat onverstoorbaar door en doet een pijnlijke imitatie van haar medetekenaar. “ ‘Weet ik veel.’ ‘En er zijn dertig boekjes die niet zijn opgeschreven als verkocht.’ ‘Kan zijn. Moet ik me daarmee bezig houden dan? Het geld is er toch?’ Aaargh!”

Ze maakt steekbewegingen met haar eetstokjes. Haar hysterie valt volstrekt niet op in het rumoer rondom ons. Honderden uitgehongerde konijnen laden zich onbeholpen vol. Die hebben straks weer energie voor tien, genoeg om het congresgebouw mee op te blazen.

“Hoe vind je het tot nu toe?” vraagt Joyce me recht op de vrouw af.

“Volgens mij wordt dat elk half uur wel op me afgevuurd, en elke keer met zo’n voorzichtige toon, alsof ik een teer hertje ben dat op wankele knietjes staat. Die bezorgdheid kan beter naar jou gaan! Je maakt een gestreste indruk.”

Ze slaat met een vuist op haar borst en ik hoor een nauwelijks gekauwd brok voedsel haar slokdarm in schieten. “Ik voel me anders gruwelijk goed! Dit is het beste weekend van het jaar.”

Om haar gevoelens kracht bij te zetten slurpt Joyce de laatste restjes uit haar kartonnen bakje naar binnen.

Ze buigt geheimzinnig naar me toe.

“Eigenlijk ben ik nog steeds benieuwd waarom je aan je moeder verzweeg dat we dit weekend hier zijn. Wat zit daarachter?”

Ik fluister, bang dat iemand anders het hoort. “Maakt dat uit? Ik deel gewoon niet alles met haar, ze hoeft niet altijd te weten waar ik ben.”

“Maar het klinkt gewoon alsof er iets aan je knaagt…”

Ik schud mijn hoofd fors. “Nee, en ik wil het er ook niet over hebben.”

“Oké, oké.” Ze zet het lege pak eten neer en verklaart luid: “Dat was beter dan goed, het was goed genoeg. Wat is mijn tijd?”

“Negentien,” antwoordt Esther pragmatisch.

“Prechtig! Ik ben weg!” Joyce slaat met haar handen op het tafelblad en staat op. “Dames, een genoegen.”

Ze vliegt het foodcourt uit en laat mij achter met een stuk vacuüm gezogen lucht op de stoel waar ze net nog zat.

Benieuwd hoe Pindakaas en Sushi verder gaat? Bestel het boek in onze webshop.