Pindakaas en Sushi 2, het vervolg op de succesvolle young adult romanreeks over Japanse fans!


Fuji, zomerfestivals, Comiket en kattencafé’s!

Marle denkt het allemaal voor elkaar te hebben: een hechte band met Joyce en Esther, haar gevoelige vriendje Flo, en nu die gedroomde reis. Het leven van een geek wordt niet veel beter, toch?

Eén voor één glijden haar zekerheden de afgrond in. De trip wordt een nachtmerrie van onmogelijke keuzes, jaloezie en de maskers die je draagt in het leven. Wat als je zelf de schurk van het verhaal blijkt te zijn?

En alsof dat nog niet griezelig genoeg is, lijkt Marle achtervolgd te worden door yokai, geesten uit de Japanse folklore. Een vrouw zonder gezicht, een waterbeest en iets dat zich onder de aarde beweegt…


Pindakaas en Sushi 2 is een intense, duistere Young Adult-roman vol meeslepende dilemma’s over liefde, leven en keuzes maken. Onmisbaar voor fans van het eerste boek en iedereen die ooit nog van plan was om naar Japan te gaan.


‘Ontroerend mooi’ – Joost van Dongen

‘Marle en haar vrienden hebben een plekje in mijn hart veroverd.’ – The Book Girl

‘Boordevol spanning.’ – Young Adult Books

‘Nu wil ik niets liever dan naar Japan!’ – Lieke Jongenelis

Bezoek onze webshop om Pindakaas en Sushi 2 te bestellen

Fragment

“Wat hebben we,” gaap ik tegen de anderen, “gisteren in vredesnaam allemaal uitgespookt?”

We wiebelen op hoge krukken aan een uitgestrekte bar tegen de vensters. We hadden gezelliger kunnen praten als we aan een normale ontbijttafel waren gaan zitten, maar werden verleid door het uitzicht op wolkenkrabbers en monumenten in de verte.

“Kun je het nu dan eindelijk geloven?” vraagt Joyce met grote ogen en een nog grotere grijns. “We zijn in Japan!”

“Nee. Zelfs niet nu Tokio me in mijn gezicht aanstaart.”

Joyce drukt haar neus tegen het raam. “Elk hotel zou zijn eetplek op de twintigste verdieping moeten hebben.” Het glas beslaat onder haar adem. “Dat is belangrijk.”

“Oppassen dat je niet gewend raakt. Ik bedoel, verwend.”

“Hierdoor?” ronkt Joyce nasaal. “Nooit.”

“Genoeg gezeverd,” zucht Esther, “ik heb honger.”

Ze springt van de kruk en kijkt ons gebiedend aan, maar Joyce is nog fier aan het turen.

“Kun je hem al zien?” vraag ik.

Ze scant van de ene naar de andere kant. “Nee. Net uit beeld. Ik zie wel een kiertje van de baai.”

We peuteren haar met moeite los en gaan richting buffet. Flo glijdt ook van zijn kruk af en we lopen schouder aan schouder. Hij ziet er nog moe uit, te moe om echt aanwezig te zijn, hoewel ik hem vanochtend nog had zien rennen voor zijn leven.

Ik was wakker geworden, zo langzaam als dat alleen lukt in het buitenland. Alsof je geest je voorzichtig wil introduceren tot de nieuwe omgeving. Maar wat ik als eerste zag was meteen vertrouwd: naast me in bed lag mijn ridder te slapen. Ik kende dat gezicht door en door, met zijn flinterdunne oogleden, blauw ingezet en omringd door gave, bleke huid. Blonde lokken hingen over zijn voorhoofd en daarboven staken ze kriskras overeind. Wat een perfecte manier om te ontwaken.

“Ben je wakker?” fluisterde ik.

Ik zag hem knipperen en besloot mijn ijskoude tenen over zijn been te halen. Nu moest hij moeite doen zijn lach in te houden. Ineens zat mijn voet klem onder de dekens. Hij opende zijn ogen.

“Nu wel,” gaapte hij. “Waarom ben jij altijd eerder wakker dan ik? Zo kan ik jou nooit eens klieren.”

Flo is een rots waar mijn vorm is ingesleten. Hij past helemaal bij me en ik weet precies wat ik aan hem heb. Bij hem durf ik mezelf te zijn.

“Vandaag is de dag,” zei ik vol verwachting.

Meteen verstomde hij, alsof hij zich iets herinnerde. Maar dat kon ook de slaap zijn. Hij liet mijn voet weer los. In zijn hoofd was hij duidelijk bezig met de beslommeringen van de dag, de schema’s die hem onrust én rust brachten.

“Hoe laat is het?”

Ik hees mezelf overeind en tuurde naar de digitale klok op de tv. Oeps.

“Tijd voor het ontbijt!” riep ik bevlogen. “Tijd dat ze al op ons staan te wachten!”

Hoewel we het ultieme excuus hadden dat we ons hadden verslapen (namelijk: gisteren), was het alsnog erg lullig om onze vrienden te laten wachten in het restaurant dat… volgens mij ergens aan de top van het gebouw zat. Flo en ik sloegen in één ruk het laken weg van ons bed en stoven aan weerszijden de vloer op, klaar voor een nieuw record in opstaan-tandenpoetsen-gezichtwassen-aankleden-zoentussendoor-fatsoeneren-dubbelcheck-deuruit.

Nieuwsgierig naar meer Pindakaas en Sushi 2? Bestel het boek in onze webshop.