Boeken voor een geek publiek

Het is het tijdperk van de geek. Geekcultuur is niet meer weg te denken van de tv, bioscoop en gesprekken op Twitter, Tumblr en GeoCities. Moest je vijftien jaar geleden nog schoorvoetend toegeven dat je Batman las en Star Trek leuk vond, en wist hooguit een enkeling wat voor gerecht Dragon Ball Z was, tegenwoordig kent ook oma de Marvel Cinematic Universe en struikel je over de Dr. Who cosplayers.

Zomaar, op straat. Ik stapte onlangs de drempel van mijn deur over en botste pardoes tegen twaalf incarnaties van de Doctor. Eén zwiepte me in mijn gezicht met een kleurrijke sjaal, waarop ik moest niezen. Hij keek me toen vreemd in de ogen, omkranst door zijn metgezellen, en zei:

Gij zult een uitgeverij uit de klei optrekken, die zich exclusief ende volledig richt op de moderne, éénentwintigste eeuwsche geek.

Ik vond het destijds eigenlijk maar een vreemde profetie, maar weet je? Ik denk dat het verhaal van deze dokter bést eens waar kan zijn. Toen ik na de boodschappen weer thuis was, begon ik als een bezetene door mijn papyrusrollen te graven, zoekend naar een teken. Weken duurde mijn afdaling naar de diepste krochten van de papierpulpkloof, gevormd van afgedankte manuscripten en verloren parels der literatuur.

library_horizontal

Telkens als ik me afzette tegen de ruwe wand en in mijn maag de ijle luchtledigheid voelde, hoorde ik de katrollen van boven knersen en piepen. Het touw zou het wel houden tot ik was afgedaald, ik maakte me echter zorgen om mijn beste vijand, Aleczander Godanza. Hij was op me afgestapt tijdens mijn voorbereidingen in Saffraan & Zopie, de exotische herberg aan de rand van het IJsselmeer, en de geur van nootmuskaat hing als een mantel om zijn schouders. Aleczander bood zich aan als gids, en daar hij claimde de vallei te kennen, startte ter plekke ons broze bondgenootschap. Ik hoef je niet te vertellen hoe dat afliep.

Het zachte vlees in mijn handpalm was inmiddels doorkruist met rode strepen. Als Aleczander me niet zou saboteren, en ik de grond veilig kon bereiken, dan ging ik alsnog aan papiersnedes ten onder. Het duurde gelukkig niet lang voordat ik golvend strokarton onder mijn laarzen voelde. Enkele passen verder vond ik een gedekt tafeltje met een kist erop.

Met de tederheid van een geliefde duwde ik mijn vingers onder de deksel. Ik zag de scharnieren hun roest afschudden en de schat openbaarde zich. Verblindend licht trof mijn ogen, die ik daardoor samen moest knijpen, maar mijn hart sprong: door het zwart van mijn oogleden zag ik het stroboscopische beeld wegebben van een leeuw, een statige leeuw! Dit was het! De geboorte van Uitgeverij Leeuwenhart, in de uitersten van het ravijn.

Maar wacht… is dat nootmuskaat wat ik ruik?